Inbakeren en borstvoeding
Op deze pagina worden de volgende onderwerpen beschreven:
Is inbakeren nadelig voor de borstvoeding?
Bij een juiste omgang met regelmaat en inbakeren is inbakeren niet
nadelig voor de borstvoeding. Integendeel, het kan zelfs vaak behulpzaam
zijn bij het in stand houden van de borstvoeding (zie hieronder).
Wel is belangrijk dat honger als oorzaak van onrust en huilen
uitgesloten wordt, voordat met inbakeren begonnen wordt. Bij twijfel kan de
verpleegkundige van het consultatiebureau of een lactatiekundige helpen
hier zicht op te krijgen. Een kind dat honger heeft mag niet in bed gelegd
worden met vervolgens een inslaaphuil die in feite een hongerhuil is. Dan
wordt het kind onrecht aangedaan. Een kind met honger mag ook niet
ingebakerd te slapen gelegd worden. Het kan namelijk gebeuren dat bij
inbakeren de moeheid het wint van de honger en het kind wel in slaap valt.
Dan wordt de honger niet opgemerkt. Wordt er vervolgens weer een aantal
keren veel te weinig gedronken (door slechte drinktechniek en/of te weinig
aanbod) en gaat het kind door toenemende moeheid, ondanks de honger,
ingebakerd weer slapen, dan ontstaat er gevaar voor uitdroging. Het kind
kan suffer worden en toenemend slechter gaan drinken, waardoor de
borstvoeding niet verder op gang komt dan wel afneemt.
Kortom, bij honger ligt het accent op het verhelpen van de honger en
minder op het tegemoet komen aan de slaapbehoefte.
Inbakeren niet in de kraamperiode
In de kraamtijd moet er niet
begonnen worden met inbakeren. Wel kan het kindje onder een voldoende
grote, ver ondergestopte deken, te slapen worden gelegd. Deze begrenzing is
meestal voldoende om onrust en slecht slapen door maaiende armpjes, te
voorkomen. Er ontstaat dan een gezonde afwisseling van slapen en waken,
waarbij het kindje niet oververmoeid raakt. Het zal dan ook niet te lang slapen, maar uit zichzelf
wakker worden door honger. De lichaamstaal is dan niet moeilijk te duiden:
het is weer tijd om te drinken. En uitgerust zijn is voorwaarde voor
adekwaat drinken aan de borst.
Huid-op-huidcontact stimuleert bij de moeder het
vrijkomen van het ‘liefdeshormoon’ oxytocine, wat zorgt voor ontspanning en
moedergevoelens. Dat is goed voor de hechting, en het brengt de melkstroom
op gang. Gelukkig wordt het steeds gewoner gevonden om het kindje het
eerste uur na de geboorte bloot (maar wel met een warme doek over hem/haar heen om afkoeling te
voorkomen) op de buik van de moeder te leggen. Dan kan zij/hij zelf op zoek
gaan naar de borst. Dit goede begin is het halve werk bij het doen slagen
van de borstvoeding. Ook later is huid-op-huidcontact tijdens het voeden
door vrijelijk bewegende handjes of af en toe bloot met luier aan voeden
(zorg wel dat het kindje algeheel warm blijft en dus niet onderkoeld raakt) gunstig voor de borstvoedingsstroom.
Sommige kinderen echter zijn bij het aanleggen enorm ongedurig en
ongeduldig, draaien het hoofd steeds weg, huilen omdat de toestroom van de
voeding hun te langzaam gaat of soms te snel, en trappelen met armen en
benen, waardoor ze zichzelf tegenwerken en zich juist afduwen van de zo
begeerde borst. Dit probleem kan zich voordoen in de eerste weken na de
geboorte, waarin ouder en kind op elkaar afgestemd moeten raken. Bij deze
‘moeilijke’ drinkers kan kortdurend
in een doek wikkelen tijdens het drinken, waarbij de armen en benen binnen
boord blijven, zeer helpend zijn. Zo’n kindje aanleggen, gebundeld in een
doek en buik tegen buik, met enige sturing van het hoofdje in plaats van het
vrijblijvende happen, doet wonderen. Het kind blijft rustiger liggen, hapt
beter toe, de tepel ontglipt hem minder snel en de melkstroom komt vlotter
op gang. Meestal is de hulp van de wikkeldoek maar een/twee dagen nodig om
de techniek onder de knie te krijgen.
Voor alle duidelijkheid: deze kinderen worden dus niet ingebakerd, maar
slechts tijdelijk tijdens het voeden in een doek gewikkeld.
Inbakeren en regelmaat kunnen behulpzaam zijn bij het in stand houden
van de borstvoeding
Bij oververmoeide kinderen is het lastig om hongersignalen van
vermoeidheidssignalen te onderscheiden. Onzekerheid hierover leidt nogal
eens tot stoppen met borstvoeden en kiezen voor de zekerheid van de fles.
Hoe komt dat? In mijn boek Regelmaat en inbakeren leg ik dit
uit:
“Veel moeders beginnen gemotiveerd met het geven van
borstvoeding, maar stoppen er weer mee binnen drie maanden. Borstvoeding
geven is een natuurlijk proces. Toch heb je ook hiervoor kennis nodig en
inzicht in de samenhang tussen voeden en slapen. Deze blijft, voor zover ik
weet, onderbelicht in de huidige gesproken en geschreven voorlichting. Een
uitgerust kind drinkt meestal gretig binnen een half uur de hoeveelheid die
het nodig heeft en laat dan zelf de tepel los ten teken van ‘zo is het
goed’. Het kind kan een poosje tevreden wakker zijn om vervolgens gemiddeld
twee uur aaneen te slapen tot het weer wakker wordt door honger. Een kind
dat overdag hazenslaapjes doet is onvoldoende uitgerust, waardoor het langdurig
aan de borst ligt, meer slapend dan wakend. Het ogenschijnlijke drinken is
meer sabbelen dan werkelijk melk drinken. Uiteindelijk valt het nog
vermoeide kind door de ontspanning van het zuigen in slaap met een nog
onvoldoende gevulde maag. Na een slaapje van amper een half uur meldt het
zich weer door honger. Zo’n kind is nooit echt verzadigd of voldoende
uitgerust. Het zal meer en meer gaan jengelen met als gevolg een
onrustspiraal van toenemend huilen, slechter drinken en minder slapen.
Sommige moeders zeggen vol overtuiging: ‘Voeding heb ik genoeg, want mijn
kind ligt wel een uur aan de borst!’ Bij mij klinkt dan de alarmbel.
De
lichaamstaal ‘heftig en extreem veel zuigen’ als reactie op de aangeboden
speen, borst of fles werden geduid als teken van honger, maar waren een
teken van moeheid.
In plaats van extreme zuigbehoefte en honger bleek er
achteraf gezien, een grote slaapbehoefte. Jammer voor een heel aantal
borstgevoede kinderen en hun moeder, van wie de borstvoeding onnodig op de
fles ging!”
Door
regelmaat al dan niet gecombineerd met inbakeren komen deze kinderen weer
tot rust. Het uitgeruste kind drinkt krachtig en de hoeveelheid die hij
nodig heeft, kan zich overgeven aan knuffelen en kroelen, en speelt
tevreden op zichzelf.
De praktijk laat dan
ook zien dat slaaptekort en oververmoeidheid een bedreiging zijn voor het
welslagen van de borstvoeding.
******
Voeden op verzoek en
Regelmaat zijn goede maatjes
Voeden op verzoek en
regelmaat gaan hand in hand.
Door regelmaat heb je een
uitgerust kind, dat van nature wakker wordt door honger en dan vol overgave
drinkt tot het genoeg heeft (meestal niet veel langer dan een kwartier).
Met het buikje rond is er alle energie voor knuffelen, pret maken en
tevreden alleen spelen. Het kind zal zich vol vertrouwen overgeven aan de
slaap, als hij gewend is naar bed gebracht te worden bij de eerste tekenen
van moeheid. Door de herkenning ‘weet’ hij immers waar hij aan toe is. Dan
zal hij de slaap slapen die hij nodig heeft, om daarna weer wakker te
worden door honger. Zo basaal werkt dat bij baby’s.
Regelmaat ontstaat door het
hanteren van dezelfde opeenvolging van de activiteiten/gebeurtenissen, dat
er als volgt uit kan zien:
slapen – wakker worden en
aansluitend voeden – knuffelen/lachen, samen spelen, gevolgd door alleen
spelen – bij de eerste tekenen van moe zijn wakker te slapen leggen.
Wanneer er oog is voor de
slaapbehoefte, de vermoeidheidssignalen goed geduid worden en er
aansluitend op het wakker worden gevoed wordt, ben je bezig met voeden op verzoek. Veel kinderen
ontwikkelen hiermee een eigen ritme, zijn of haar eigen ritme, wat er elke
dag ongeveer hetzelfde uit zal zien. De ouder weet bij benadering waar
hij/zij aan toe is: wanneer hun kind zich weer zal melden voor voeding en
wanneer het weer slaaptijd is. Met het ouder worden ontstaan er
geleidelijke verschuivingen en wordt de voedingstussentijd langer. Deze
ouders zullen zich dan ook niet kunnen vinden in een recente uitspraak van
een borstvoedingsdeskundige: “Als je op verzoek voedt, krijg je nooit
regelmaat!”
Voeden op de klok is heel wat anders. Dan volg je een schema waarbij de klok aangeeft
wanneer het weer voedingstijd is. Dat kan betekenen dat het kind na wakker
worden moet wachten, omdat het nog te vroeg is om te drinken of dat het kind uit de slaap
gehaald wordt, omdat het volgens schema voedingstijd is. Dan leg je dus een
klokkeschema op en ga je voorbij aan de natuurlijke behoefte van het kind.
Bij de regelmaataanpak met zijn logische en voorspelbare volgorde is het
het kind zelf dat aangeeft dat
het weer tijd is voor slapen of voor drinken.
Voeden op verzoek heeft mijn sterke voorkeur, maar dan met in acht neming van de
regelmaat. Dan is voeden op verzoek een prachtig samenspel van vraag en
aanbod. Het uitgeruste kind zal goed in staat zijn aan te geven wanneer het
eens een keer een extra voeding nodig heeft of wanneer het bij het groter
groeien minder vaak, maar meer voeding per keer wil nemen. Voeden op
verzoek zonder oog voor de
slaapbehoefte, d.w.z. vermoedheidssignalen/jengelen beantwoorden met voeden
in plaats van naar bed brengen, kan leiden tot een neergaande spiraal van
onrust en chaos. De oververmoeidheid en onrust door hazeslaapjes en
slaaptekort die dan bij het kind ontstaan, leiden tot oververmoeidheid en
onzekerheid bij de ouders. De eerste vragen die dan rijzen zijn meestal:
‘Heb ik wel voldoende borstvoeding, is de kwaliteit van mijn voeding wel
goed? Bij flesvoeding weet ik in ieder geval wat er in gaat!’ Dit soort
twijfels is maar al te vaak de oorzaak van het op de fles gaan van de
borstvoeding. Jammer, jammer,
jammer…voor kind en ouder!
Meer lezen? Zie hoofdstuk 5
“De samenhang tussen slapen en voeden staat of valt met regelmaat en
eenduidigheid” uit het boek Regelmaat en inbakeren. Voorkomen én
verhelpen van huilen en onrust.
|